Hoe ik van bijna-dood
naar volledig herstel ging
Hoe ik van
bijna-dood
naar volledig herstel ging
En waarom jij dit ook kunt — met mijn dagschema.
Geen therapie. Geen pillen. Geen wachtlijst. Geen traject.
Gebaseerd op 20.000 uur onderzoek. Slaginspercentage 97%.
Unieke methode voor burn-out herstel. 100+ recensies. Morgen starten.
✔ Geen therapie
✔ Geen pillen
✔ Geen wachtlijst
✔ Geen traject
✔ 20.000 uur onderzoek
✔ Unieke herstelmethode
✔ 100+ recensies
✔ 97% slaginspercentage
✔ Morgen starten
Burn-out wordt in Nederland & België verkeerd behandeld.
Het is geen mentaal probleem. Het is een lichaam dat vastloopt.
Praten en pillen pakken symptomen aan, maar herstellen het lichaam niet.
Deze methode doet wat standaard trajecten missen: één compleet systeem
dat het lichaam weer laat herstellen binnen 8 weken.
Het is geen mentaal probleem.
Het is een lichaam dat vastloopt.
Praten en pillen pakken symptomen aan, maar herstellen het lichaam niet.
Mijn methode doet wat standaard trajecten missen: één compleet dagschema. Van maandag t/m zondag. Volg het. Herstel. Klaar.

Ik ben Jeff. Als ik mijn leven niet had omgegooid, was ik nu dood geweest. Achteraf noem ik mijn burn-out een zegen — mijn wake-upcall vóór de hartaanval. Ik ben 40. Vader van drie. Geen dokter. Geen goeroe. Gewoon iemand die het zelf moest overleven. Oprichter van www.ganietdood.nl. Maar belangrijker: Ik was ook iemand die dacht dat het mij niet zou overkomen. Tot mijn lichaam daar anders over dacht. Tot die dag.
Ik ben Jeff.
Als ik mijn leven niet had omgegooid, was ik nu dood geweest.
Achteraf noem ik mijn burn-out
een zegen — mijn wake-upcall
vóór de hartaanval.
Ik ben 40.
Vader van drie.
Geen dokter.
Geen goeroe.
Gewoon iemand die
het zelf moest overleven.
Oprichter van www.ganietdood.nl.
Maar belangrijker: Ik was ook
iemand die dacht dat het mij
niet zou overkomen.
Tot mijn lichaam daar
anders over dacht.
Tot die dag.

De wachtkamer was stil. Mijn hart explodeerde. Adem weg. Benen trillen. Drie dokters. Twee ambulancebroeders. Mijn kinderen in de hoek – versteend. Hun ogen groot. Hun lippen trillen. Mijn zoon fluistert: “Komt papa terug?” Sirenes. Brancard. Hun vingers gleden van de mijne. Op de Eerste Harthulp: “Uw lichaam is uitgeput.” “Dit is het gevolg van langdurige stress.” Die woorden sneden als messen. Stress had me bijna vermoord.
Jarenlang vocht ik tegen een burn-out en depressie. Zó diep dat ik dacht dat ik ernstig ziek was. Ik dacht: Kanker. Hersenbloeding. Tumor. Hartaanval. Ik werd gek van angst en onzekerheid. Niemand kon me helpen, dus heb ik alles zelf uitgezocht. Alles. Wat me redde, was geen arts, geen pil, geen therapie. Maar inzicht. Eerlijkheid. Begrip. De moed om m’n hele leven te slopen en opnieuw op te bouwen. En op dat moment wist ik het. Mijn lichaam gaf niet op uit zwakte. Het gaf op omdat het al bijna veertig jaar aan het vechten was. En dat gevecht begon lang voor die wachtkamer......
Ik ben geboren in Rotterdam-Zuid. Een wijk waar je eerder leert overleven dan leven. Mijn vader was vaak op zee. En toen ik zeven was, gingen mijn ouders uit elkaar. Ik wist niet dat dat het begin was van een leven in alarmstand. Mijn moeder kreeg daarna een relatie met een zware drugscrimineel. Niet zomaar “foute vrienden.” Maar iemand met geweld in zijn handen en duisternis in zijn ogen. Later zou hij zijn beste vriend vermoorden. Maar voordat het zo ver kwam, was ons huis al een oorlogsterrein.
Toen hij vastzat voor drugshandel — meer dan 8 jaar — dachten we even adem te kunnen halen. Maar zelfs zijn afwezigheid bracht geen veiligheid. Er werd ’s nachts ingebroken. De overbuurman. Mijn moeder betrapte hem. Hij verkrachtte haar. In óns huis. In de woonkamer waar ik speelde. Sinds die nacht wist mijn lichaam niet meer wat veiligheid was. Ik heb jarenlang naast mijn moeder geslapen. Niet uit kinderlijk verlangen, maar omdat we allebei bang waren om te slapen. Geen kind hoort te slapen met zijn oor in de stilte, luisterend of er iemand binnenkomt. Maar dat werd mijn leven.
Toen hij na al die jaren vrijkwam, werd alles nog erger. Het geweld. De bedreigingen. De angst. We hebben onder de tafel geschuild met de deur op slot en een pistool in huis omdat we niet wisten of we de ochtend zouden halen. Dit was geen film. Geen verhaal om dramatisch te klinken. Dit was de realiteit. Dit was mijn kindertijd. Uiteindelijk zijn we gevlucht naar een blijf-van-mijn-lijf huis. Dat was onze redding. Niet omdat we hulp kregen. Maar omdat hij zijn beste vriend doodschoot in plaats van mijn moeder. Zo zijn we ontsnapt. Niet door veiligheid. Maar door toeval.
En in al die jaren bouwde mijn lichaam iets op waar ik later nog de prijs voor zou betalen: Een zenuwstelsel dat nooit uit kan. Altijd scannen. Altijd klaar voor dreiging. Altijd paraat om te vluchten. Ik kreeg twee keer toevallen. Mijn lichaam klapte letterlijk uit. Mijn moeder dacht dat ik aan het sterven was. Niet door ziekte. Niet door pech. Maar door stress die een kind niet kan dragen.
En toen ik achttien was, kwam de laatste klap: Mijn moeder vertelde dat de man die ik mijn hele leven “mijn vader” noemde, mijn vader niet is. En ineens viel alles wat mij tot mij maakte uit elkaar. Identiteit. Herkomst. Basisveiligheid. Alles weg. Dat is waar mijn verhaal begint. Niet met zwakte. Niet met schuld. Maar met overleven.
Toen de dreiging uit huis was, zou je denken dat ik kon ontspannen. Dat het gevaar voorbij was. Dat mijn lichaam eindelijk rust zou vinden. Maar dat gebeurde niet. Het gevaar was weg. Maar mijn zenuwstelsel dacht nog steeds dat ik midden in de oorlog stond. Ik was zestien. Een leeftijd waarop je eigenlijk moet ontdekken wie je bent, wat je wilt, wat je voelt. Maar ik wilde vooral niet voelen. Want voelen betekende terug naar: de inbraak, de nachten dat we samen wakker lagen en luisterden naar elk geluid, de bedreigingen, de angst dat niemand mij zou beschermen, het gevoel dat ik nooit écht veilig was geweest.
Dus ik zocht een manier om stilte in mijn hoofd te maken. En die vond ik. In drank. In drugs. In weekenden die in elkaar overvloeiden. In nachten die zwart waren, zodat ik niet naar binnen hoefde te kijken. Het zei er van buiten “gezellig” uit. Maar ik was niet aan het feesten. Ik was aan het verdoven. Niet een fase van een paar maanden. Niet even “puberen”. Maar van mijn 16e tot mijn 30e. Ik verloor mezelf. Mijn richting. Mijn toekomst.
De wachtkamer was stil.
Mijn hart explodeerde.
Adem weg.
Benen trillen.
Drie dokters.
Twee ambulancebroeders.
Mijn kinderen in de hoek – versteend.
Hun ogen groot.
Hun lippen trillen.
Mijn zoon fluistert:
“Komt papa terug?”
Sirenes.
Brancard.
Hun vingers gleden van de mijne.
Op de Eerste Harthulp:
“Uw lichaam is uitgeput.”
“Dit is het gevolg van langdurige stress.”
Die woorden sneden als messen. Stress had me bijna vermoord.
Jarenlang vocht ik tegen een
burn-out en depressie.
Zó diep dat ik dacht dat ik
ernstig ziek was.
Ik dacht:
Kanker.
Hersenbloeding.
Tumor.
Hartaanval.
Ik werd gek van
angst en onzekerheid.
Niemand kon me helpen,
dus heb ik alles zelf uitgezocht.
Alles.
Wat me redde, was geen arts,
geen pil, geen therapie.
Maar inzicht.
Eerlijkheid.
Begrip.
De moed om m’n hele leven
te slopen en opnieuw op te bouwen.
En op dat moment wist ik het.
Mijn lichaam gaf niet op uit zwakte. Het gaf op omdat het al bijna veertig jaar aan het vechten was.
En dat gevecht begon lang
voor die wachtkamer......
Ik ben geboren in Rotterdam-Zuid.
Een wijk waar je eerder leert
overleven dan leven.
Mijn vader was vaak op zee.
En toen ik zeven was,
gingen mijn ouders uit elkaar.
Ik wist niet dat dat het begin
was van een leven in alarmstand.
Mijn moeder kreeg daarna een
relatie met een zware drugscrimineel.
Niet zomaar “foute vrienden.”
Maar iemand met geweld in zijn handen en duisternis in zijn ogen.
Later zou hij zijn beste
vriend vermoorden.
Maar voordat het zo ver kwam,
was ons huis al een oorlogsterrein.
Toen hij vastzat voor
drugshandel — meer dan 8 jaar — dachten we even
adem te kunnen halen.
Maar zelfs zijn afwezigheid
bracht geen veiligheid.
Er werd ’s nachts ingebroken.
De overbuurman.
Mijn moeder betrapte hem.
Hij verkrachtte haar.
In óns huis.
In de woonkamer
waar ik speelde.
Sinds die nacht wist mijn lichaam
niet meer wat veiligheid was.
Ik heb jarenlang naast
mijn moeder geslapen.
Niet uit kinderlijk verlangen,
maar omdat we allebei bang
waren om te slapen.
Geen kind hoort te slapen met
zijn oor in de stilte, luisterend
of er iemand binnenkomt.
Maar dat werd mijn leven.
Toen hij na al die jaren vrijkwam,
werd alles nog erger.
Het geweld.
De bedreigingen.
De angst.
We hebben onder de tafel geschuild met de deur op slot en een pistool in huis omdat we niet wisten of we de ochtend zouden halen.
Dit was geen film.
Geen verhaal om
dramatisch te klinken.
Dit was de realiteit.
Dit was mijn kindertijd.
Uiteindelijk zijn we gevlucht naar
een blijf-van-mijn-lijf huis.
Dat was onze redding.
Niet omdat we hulp kregen.
Maar omdat hij zijn beste vriend doodschoot in plaats van
mijn moeder.
Zo zijn we ontsnapt.
Niet door veiligheid.
Maar door toeval.
En in al die jaren bouwde mijn lichaam iets op waar ik later nog
de prijs voor zou betalen:
Een zenuwstelsel
dat nooit uit kan.
Altijd scannen.
Altijd klaar voor dreiging.
Altijd paraat om te vluchten.
Ik kreeg twee keer toevallen.
Mijn lichaam klapte letterlijk uit.
Mijn moeder dacht
dat ik aan het sterven was.
Niet door ziekte.
Niet door pech.
Maar door stress die een kind
niet kan dragen.
En toen ik achttien was,
kwam de laatste klap:
Mijn moeder vertelde dat de man
die ik mijn hele leven “mijn vader” noemde, mijn vader niet is.
En ineens viel alles wat
mij tot mij maakte uit elkaar.
Identiteit.
Herkomst.
Basisveiligheid.
Alles weg.
Dat is waar mijn verhaal begint.
Niet met zwakte.
Niet met schuld.
Maar met overleven.
Toen de dreiging uit huis was,
zou je denken dat ik kon
ontspannen.
Dat het gevaar voorbij was.
Dat mijn lichaam eindelijk
rust zou vinden.
Maar dat gebeurde niet.
Het gevaar was weg. Maar mijn zenuwstelsel dacht nog steeds dat
ik midden in de oorlog stond.
Ik was zestien.
Een leeftijd waarop je eigenlijk
moet ontdekken wie je bent,
wat je wilt, wat je voelt.
Maar ik wilde
vooral niet voelen.
Want voelen
betekende terug naar:
de inbraak,
de nachten dat we samen wakker lagen en luisterden naar elk geluid,
de bedreigingen,
de angst dat niemand mij zou beschermen,
het gevoel dat ik nooit écht
veilig was geweest.
Dus ik zocht een manier om stilte
in mijn hoofd te maken.
En die vond ik.
In drank.
In drugs.
In weekenden die in
elkaar overvloeiden.
In nachten die zwart waren,
zodat ik niet naar binnen
hoefde te kijken.
Het zag er van buiten
“gezellig” uit.
Maar ik was niet aan het feesten.
Ik was aan het verdoven.
Niet een fase van
een paar maanden.
Niet even “puberen”.
Maar van mijn 16e
tot mijn 30e.
Ik verloor mezelf.
Mijn richting.
Mijn toekomst.

Ik had ooit vwo-advies. Maar door alles wat er speelde, liep school weg uit mijn handen. Ik stopte uiteindelijk zelfs zonder mavo-diploma. Het voelde als falen. Alsof ik iedereen teleurstelde. Maar wat niemand zag, is dat ik al die jaren iedere dag vocht om überhaupt overeind te blijven. Toch was er iets in mij dat niet opgaf. Tussen de roes, de troep en de vluchtpogingen door, deed ik iets waarvan niemand het verwachtte: Ik maakte een 21+ toelatingstest en werd toegelaten tot het HBO. En ik ronde het af. Niet omdat ik stabiel was. Niet omdat het makkelijk was. Maar omdat ik ergens diep vanbinnen wist: Ik ben meer dan waar ik vandaan kom.
Maar zelfs dat diploma veranderde niets aan hoe ik me vanbinnen voelde. Van buiten: lachen, aanwezig, sociaal. Van binnen: leegte, moe, bang, op de vlucht. Ik werd goed in sterk zijn. Toen ik eindelijk op mezelf ging wonen, dacht ik dat ik vrij was. Vrij van angst. Vrij van controle. Vrij van verleden. Maar vrijheid zonder veiligheid is geen vrijheid.
Het begon onschuldig. Een drankje. Een lijntje. Een nacht die iets langer duurde dan gepland. Maar al heel snel werden het weekenden die weken werden. Nachten die dagen inslikten. Grenzen die verdwenen. Mijn huis werd geen thuis. Maar een vluchtruimte. Een plek waar de muziek hard genoeg stond om te zorgen dat ik mijzelf niet hoorde. En ik kan het verzachten. Ik kan zeggen: “Het liep uit de hand.” Maar laat ik eerlijk zijn: Ik werd verslaafd.
Mijn leven bestond uit: drinken, gebruiken, wakker worden in een lichaam dat protesteerde en toch weer doorgaan. Niet om te feesten. Maar om niet te voelen. Het was altijd “gezellig”. Altijd druk. Altijd mensen. Maar niemand was er écht. Ik leefde in een roes. Maanden. Jaren. Ik verloor tijd. Ik verloor mijzelf. Ik verloor mijn lichaam. Ik verloor mijn kompas. De waarheid? Ik had geen idee wie ik was zonder verdoving.
En ik leefde zo jaren. Niet een fase. Niet tijdelijk. Jaren. Tot er iets in mij brak. Niet ineens. Maar langzaam. Stil. Diep van binnen. Een zachte, stille stem: “Dit gaat mij doodmaken.” Dat was het moment waarop mijn leven een bocht maakte die niemand verwachtte. Er kwam een dag waarop ik mezelf in de spiegel aankeek en dacht: Als ik zo doorga, ga ik dood. Niet misschien. Niet ooit. Gewoon: klaar.
Ik had ooit vwo-advies.
Maar door alles wat er speelde,
liep school weg uit mijn handen.
Ik stopte uiteindelijk zelfs
zonder mavo-diploma.
Het voelde als falen.
Alsof ik iedereen teleurstelde.
Maar wat niemand zag, is dat ik al
die jaren iedere dag vocht om überhaupt overeind te blijven.
Toch was er iets in mij
dat niet opgaf.
Tussen de roes, de troep en de vluchtpogingen door, deed ik iets waarvan niemand het verwachtte:
Ik maakte een 21+ toelatingstest en werd toegelaten tot het HBO.
En ik ronde het af.
Niet omdat ik stabiel was.
Niet omdat het makkelijk was.
Maar omdat ik ergens diep
vanbinnen wist:
Ik ben meer dan waar
ik vandaan kom.
Maar zelfs dat diploma veranderde niets aan hoe ik me vanbinnen voelde.
Van buiten:
lachen, aanwezig, sociaal.
Van binnen:
leegte, moe, bang, op de vlucht.
Ik werd goed in sterk zijn.
Toen ik eindelijk op mezelf ging
wonen, dacht ik dat ik vrij was.
Vrij van angst.
Vrij van controle.
Vrij van verleden.
Maar vrijheid zonder veiligheid
is geen vrijheid.
Het begon onschuldig.
Een drankje.
Een lijntje.
Een nacht die iets langer
duurde dan gepland.
Maar al heel snel werden het weekenden die weken werden.
Nachten die dagen inslikten.
Grenzen die verdwenen.
Mijn huis werd geen thuis.
Maar een vluchtruimte.
Een plek waar de muziek hard
genoeg stond om te zorgen dat ik mijzelf niet hoorde.
En ik kan het verzachten.
Ik kan zeggen:
“Het liep uit de hand.”
Maar laat ik eerlijk zijn:
Ik werd verslaafd.
Mijn leven bestond uit:
drinken, gebruiken,
wakker worden in een lichaam dat protesteerde en toch weer doorgaan.
Niet om te feesten.
Maar om niet te voelen.
Het was altijd “gezellig”.
Altijd druk.
Altijd mensen.
Maar niemand was er écht.
Ik leefde in een roes.
Maanden.
Jaren.
Ik verloor tijd.
Ik verloor mijzelf.
Ik verloor mijn lichaam.
Ik verloor mijn kompas.
De waarheid?
Ik had geen idee wie ik
was zonder verdoving.
En ik leefde zo jaren.
Niet een fase.
Niet tijdelijk.
Jaren.
Tot er iets in mij brak.
Niet ineens.
Maar langzaam.
Stil.
Diep van binnen.
Een zachte, stille stem:
“Dit gaat mij doodmaken.”
Dat was het moment waarop
mijn leven een bocht maakte die niemand verwachtte.
Er kwam een dag waarop ik mezelf
in de spiegel aankeek en dacht:
Als ik zo doorga, ga ik dood.
Niet misschien.
Niet ooit.
Gewoon: klaar.

Ik was rond de dertig. Mijn lichaam was moe. Mijn hoofd was op. Mijn ziel was leeg. En mijn leven? Ik stond €50.000 in de min. Ik had geen basis. Geen reserve. Geen vangnet. Alleen de scherven van een verleden en een lichaam dat nog steeds trilde. Maar er was één ding dat ik nog had: Drift. Geen motivatie. Geen discipline. Geen wellness-gezondheids-influencer vibe. Gewoon pure levensdrang.
Ik begon een bedrijf met €100 op mijn rekening. Geen investeerder. Geen spaargeld. Geen ouders die konden bijspringen. Alleen: mijn instinct, mijn overlevingskracht, mijn vermogen om nooit op te geven. Want dat had mijn jeugd me wel geleerd: Ik kan meer dragen dan de meeste mensen denken dat mogelijk is. En ik ging. Dag en nacht. Met roestige focus. Met rauwe wilskracht. Met nul ruimte voor stoppen.
En het werkte. Langzaam. En toen sneller. Ik verkocht. Ik bouwde. Ik schaalde. Ik optimaliseerde. Ik groeide. Niet omdat ik slim was. Maar omdat ik geen enkele andere optie had. Jaren gingen voorbij. En toen ineens… Ik stond voor mijn huis. En er stond een gouden Ferrari voor de deur. Ik had het onmogelijke gedaan. Van verslaafd en verloren naar miljoenen omzet.
Ik was rond de dertig.
Mijn lichaam was moe.
Mijn hoofd was op.
Mijn ziel was leeg.
En mijn leven?
Ik stond
€50.000 in de min.
Ik had geen basis.
Geen reserve.
Geen vangnet.
Alleen de scherven van een verleden
en een lichaam dat nog steeds trilde.
Maar er was één
ding dat ik nog had:
Drift.
Geen motivatie.
Geen discipline.
Geen wellness-gezondheids-
influencer vibe.
Gewoon pure levensdrang.
Ik begon een bedrijf met €100
op mijn rekening.
Geen investeerder.
Geen spaargeld.
Geen ouders die
konden bijspringen.
Alleen:
mijn instinct,
mijn overlevingskracht,
mijn vermogen om nooit op te geven.
Want dat had mijn
jeugd me wel geleerd:
Ik kan meer dragen dan de meeste mensen denken dat mogelijk is.
En ik ging.
Dag en nacht.
Met roestige focus.
Met rauwe wilskracht.
Met nul ruimte voor stoppen.
En het werkte.
Langzaam.
En toen sneller.
Ik verkocht.
Ik bouwde.
Ik schaalde.
Ik optimaliseerde.
Ik groeide.
Niet omdat ik slim was.
Maar omdat ik geen enkele
andere optie had.
Jaren gingen voorbij.
En toen ineens…
Ik stond voor mijn huis.
En er stond een gouden
Ferrari voor de deur.
Ik had het onmogelijke gedaan.
Van verslaafd en verloren
naar miljoenen omzet.

Mensen zagen mij en dachten: “Hij heeft gewonnen.” “Hij heeft het gemaakt.” “Hij heeft het perfecte leven.” Maar wat niemand zag… Is dat ik ondertussen nog steeds elke nacht vocht met mijn eigen lichaam. Mijn zenuwstelsel kende geen rust. Mijn hart geen stilte. Mijn hoofd geen veiligheid. Van de buitenkant was ik succes. Maar van binnen? Ik was uitgeput. Tot op celniveau. Ik had mijn leven gered. Maar ik had mijn lichaam opgeofferd om het te doen.
En toen kwam de klap. Iedereen zag succes. Een miljoenenbedrijf. Groei. Een huis. Status. Een gouden Ferrari die glom alsof hij zei: “Kijk eens wat ik bereikt heb.” Maar niemand zag wat er achter die deur gebeurde. Mijn dagen waren business. Mijn nachten waren oorlog. Mijn lichaam stond altijd aan. Mijn hartslag voelde alsof ik continu aan het vluchten was, ook al zat ik stil. Ik sliep licht. Of ik sliep helemaal niet. Binnen was het nooit stil. Het verleden was weg. De angst niet.
En op een dag zei mijn lichaam: Nu is het genoeg. Ik lag op de grond. Mijn hart bonsde. Mijn handen trilden. Mijn zicht werd kleiner. Mijn adem sloot zich af. Ik dacht dat ik doodging. Mijn kinderen stonden naast me. Mijn vrouw probeerde me vast te houden en tegelijk niet in paniek te raken. Ik hoorde iemand zeggen: “Bel 112.” En dat was het moment waarop alles wat ik opgebouwd had… niks meer waard was. Geen auto. Geen omzet. Geen succesverhaal.
Ik lag daar. In mijn eigen huis. Met alles wat ik ooit dacht te willen. En ik voelde maar één ding: Ik kan niet meer. Ik was niet ziek. Ik was niet zwak. Ik was op. Mijn lichaam zei: “Je hebt jaren gevochten. Je hebt alles overleefd. Maar nu is het tijd om te helen. Of je valt alsnog om.” En toen besefte ik iets dat mijn hele leven veranderde: Ik was nooit bezig geweest met leven. Ik was bezig geweest met overleven.
Ik had miljoenen verdiend. Maar geen gezondheid. Geen rust. Geen stabiliteit. Geen veiligheid in mijn eigen lijf. Ik had de oorlog gewonnen. Maar mijn lichaam lag nog op het slagveld. Dit was het moment dat alles kantelde. Ik dacht dat dat het dieptepunt was. Maar het dieptepunt moest nog komen. Want als jij niet meer werkt, niet meer denkt, niet meer functioneert — valt alles om je heen ook om.
Mijn bedrijf kon niet verder zonder mij. Ik was het bedrijf. Mijn energie hield het overeind. Mijn zenuwstelsel droeg de hele machine. En toen mijn lichaam stopte… stopte alles. De omzet zakte in. Rekeningen stapelden zich op. Kosten liepen door. Belastingen kwamen binnen. Leveranciers wilden geld. En binnen maanden ging ik van: miljoenen in de plus → naar een miljoen in de min.
Ik was ziek. Niet “moe”. Niet “overspannen”. Maar ziek op een manier die elke seconde pijn deed. Ik huilde om alles. Ik kon geen licht verdragen. Geen geluid. Geen aanraking. Ik kon niet eens ademen zonder paniek. Ik lag op de bank en wilde simpelweg verdwijnen. Niet omdat ik dood wilde — maar omdat mijn lichaam leven niet meer aankon.
En precies toen ik op mijn kwetsbaarst was… kwamen de deurwaarders. Elke dag. Soms twee keer. Soms drie. Aangebel. Gebons. Brieven onder de deur. Dreigingen. Wat jaren eerder een man was die de deur kon intrappen — was nu een systeem, een overheid, een wetboek. Maar voor mijn lichaam was het hetzelfde gevaar. Mijn zenuwstelsel zei: We zijn weer daar. We zijn weer in die tijd. We moeten weer overleven. Ik kon niet vluchten. Ik kon niet vechten. Ik kon alleen… liggen en ademen.
En het sloop niet alleen mij. Het sloop mijn gezin. Mijn zoon begon maandenlang te slaapwandelen. Hij schreeuwde ’s nachts: “Ik wil dood!” Niet omdat hij dood wilde. Maar omdat hij zag hoe ik voor zijn ogen uit mijn lichaam aan het verdwijnen was. Dat doet iets met een kind. Dat snijdt dieper dan welke wond ook. Mijn vrouw probeerde sterk te blijven. Maar je kunt de grond niet blijven dragen als de grond onder jezelf verdwijnt.
En mijn moeder? De vrouw voor wie ik vocht, voor wie ik schuilde, voor wie ik jaren in overleving leefde? Ze draaide zich om en zei: “Ik wil geen contact meer met jou. Je bent veranderd.” Maar natuurlijk ben ik veranderd. Hoe kun je niet veranderen als je hele leven een gevecht is geweest om te blijven bestaan? Het geluk lachte me toen even toe. Maar het werd me niet gegund. Niet door haar. Niet door het leven. Niet door mijn verleden.
Ik verloor: mijn geld, mijn bedrijven, mijn Ferrari, mijn gezondheid, mijn moeder, mijn veiligheid, mijn lucht, mijn rust. Er bleef maar één ding over: Mijn gezin. En zelfs dat hing aan een draadje. Ik heb alles verloren. Maar niet mijn leven. En dat… was mijn kans.
Mensen zagen mij en dachten:
“Hij heeft gewonnen.”
“Hij heeft het gemaakt.”
“Hij heeft het perfecte leven.”
Maar wat niemand zag…
Is dat ik ondertussen nog steeds elke nacht vocht met mijn eigen lichaam.
Mijn zenuwstelsel
kende geen rust.
Mijn hart geen stilte.
Mijn hoofd geen veiligheid.
Van de buitenkant
was ik succes.
Maar van binnen?
Ik was uitgeput.
Tot op celniveau.
Ik had mijn leven gered.
Maar ik had mijn lichaam
opgeofferd om het te doen.
En toen kwam de klap.
Iedereen zag succes.
Een miljoenenbedrijf.
Groei.
Een huis.
Status.
Een gouden Ferrari
die glom alsof hij zei:
“Kijk eens wat ik bereikt heb.”
Maar niemand zag wat er
achter die deur gebeurde.
Mijn dagen waren business.
Mijn nachten waren oorlog.
Mijn lichaam stond altijd aan.
Mijn hartslag voelde alsof ik continu aan het vluchten was, ook al zat ik stil.
Ik sliep licht.
Of ik sliep helemaal niet.
Binnen was het nooit stil.
Het verleden was weg.
De angst niet.
En op een dag zei mijn lichaam:
Nu is het genoeg.
Ik lag op de grond.
Mijn hart bonsde.
Mijn handen trilden.
Mijn zicht werd kleiner.
Mijn adem sloot zich af.
Ik dacht dat ik doodging.
Mijn kinderen stonden naast me.
Mijn vrouw probeerde me vast te houden en tegelijk niet
in paniek te raken.
Ik hoorde iemand zeggen:
“Bel 112.”
En dat was het moment waarop
alles wat ik opgebouwd had…
niks meer waard was.
Geen auto.
Geen omzet.
Geen succesverhaal.
Ik lag daar.
In mijn eigen huis.
Met alles wat ik ooit dacht te willen.
En ik voelde maar één ding:
Ik kan niet meer.
Ik was niet ziek.
Ik was niet zwak.
Ik was op.
Mijn lichaam zei:
“Je hebt jaren gevochten.
Je hebt alles overleefd.
Maar nu is het tijd om te helen.
Of je valt alsnog om.”
En toen besefte ik iets dat
mijn hele leven veranderde:
Ik was nooit bezig
geweest met leven.
Ik was bezig
geweest met overleven.
Ik had miljoenen verdiend.
Maar geen gezondheid.
Geen rust.
Geen stabiliteit.
Geen veiligheid in mijn eigen lijf.
Ik had de oorlog gewonnen.
Maar mijn lichaam
lag nog op het slagveld.
Dit was het moment
dat alles kantelde.
Ik dacht dat
dat het dieptepunt was.
Maar het dieptepunt
moest nog komen.
Want als jij niet meer werkt, niet meer denkt, niet meer functioneert — valt alles om je heen ook om.
Mijn bedrijf kon niet
verder zonder mij.
Ik was het bedrijf.
Mijn energie hield het overeind.
Mijn zenuwstelsel droeg de
hele machine.
En toen mijn lichaam stopte…
stopte alles.
De omzet zakte in.
Rekeningen stapelden zich op.
Kosten liepen door.
Belastingen kwamen binnen.
Leveranciers wilden geld.
En binnen maanden ging ik van: miljoenen in de plus
→ naar 1,5 miljoen in de min.
Ik was ziek.
Niet “moe”.
Niet “overspannen”.
Maar ziek op een manier die
elke seconde pijn deed.
Ik huilde om alles.
Ik kon geen licht verdragen.
Geen geluid.
Geen aanraking.
Ik kon niet eens ademen
zonder paniek.
Ik lag op de bank en wilde
simpelweg verdwijnen.
Niet omdat ik dood wilde —
maar omdat mijn lichaam
leven niet meer aankon.
En precies toen ik op mijn
kwetsbaarst was…
kwamen de deurwaarders.
Elke dag.
Soms twee keer.
Soms drie.
Aangebel.
Gebons.
Brieven
onder de deur.
Dreigingen.
Wat jaren eerder een man was die de deur kon intrappen — was nu een systeem, een overheid, een wetboek.
Maar voor mijn lichaam was
het hetzelfde gevaar.
Mijn zenuwstelsel zei:
We zijn weer daar.
We zijn weer in die tijd.
We moeten weer overleven.
Ik kon niet vluchten.
Ik kon niet vechten.
Ik kon alleen…
liggen en ademen.
En het sloop niet alleen mij.
Het sloop mijn gezin.
Mijn zoon begon maandenlang
te slaapwandelen.
Hij schreeuwde ’s nachts:
“Ik wil dood!”
Niet omdat hij dood wilde.
Maar omdat hij zag hoe ik voor zijn ogen uit mijn lichaam aan het verdwijnen was.
Dat doet iets met een kind.
Dat snijdt dieper dan welke wond ook.
Mijn vrouw probeerde sterk te blijven. Maar je kunt de grond niet blijven dragen als de grond onder jezelf verdwijnt.
En mijn moeder?
De vrouw voor wie ik vocht,
voor wie ik schuilde,
voor wie ik jaren in overleving leefde?
Ze draaide zich om en zei:
“Ik wil geen contact meer met jou.
Je bent veranderd.”
Maar natuurlijk ben ik veranderd.
Hoe kun je niet veranderen
als je hele leven een gevecht is geweest om te blijven bestaan?
Het geluk lachte me toen even toe. Maar het werd me niet gegund.
Niet door haar.
Niet door het leven.
Niet door mijn verleden.
Ik verloor:
mijn geld,
mijn bedrijven,
mijn Ferrari,
mijn gezondheid,
mijn moeder,
mijn veiligheid,
mijn lucht,
mijn rust.
Er bleef maar één ding over:
Mijn gezin.
En zelfs dat hing aan een draadje.
Ik heb alles verloren.
Maar niet mijn leven.
En dat..
was mijn kans.

Er kwam een dag. Niet een bijzondere dag. Niet een dramatische filmische dag. Maar gewoon een ochtend. Ik werd wakker en ik voelde: Ik kan niet nóg een dag zo verder. Ik kan niet nóg een dag ziek zijn. Ik kan niet nóg een dag overleven. Mijn hoofd was chaos. Mijn lichaam was oorlog. Mijn ademhaling was paniek. Mijn gedachten gingen alleen maar naar: Kanker. Hartziekte. Beroerte. Dood.
Mijn brein was niet meer van mij. Ik was gevangen in angst. Ik was geen man meer. Ik was een overblijfsel van wat ooit een lichaam was dat vocht. Ik werd hypochonder, paranoïde, bang voor alles. Ik kon geen seconde alleen zijn met mezelf, want ik vertrouwde mezelf niet meer. Mijn zenuwstelsel stond in brand.
Tot op een dag — eigenlijk totaal toevallig — zette ik de tv aan. En ik hoorde een professor zeggen: “Depressie en burn-out zijn geen mentale ziekten. Ze zijn lichamelijke ziekten. Het is niet je geest die je verraadt. Het is je lichaam dat schreeuwt om hulp.” En toen gebeurde het. Het klikte. Niet zachtjes. Niet subtiel. Maar als een bliksemslag midden in mijn schedel.
Als dat waar is… Dan ben ik niet kapot. Dan ben ik niet zwak. Dan ben ik niet mislukt. Dan ben ik gewoon uitgeput. En uitputting kan herstellen. En als mijn lichaam ziek kan worden door stress… Dan kan het ook genezen door rust. Door voeding. Door zuurstof. Door beweging. Door veiligheid. Door liefde.
En ineens wist ik: Ik kan mezelf genezen. Ik kan mijn leven terugpakken. Ik kan mijn kinderen veiligheid teruggeven. Ik kan mijn vrouw terughalen uit de rand van instorting. Maar dan moet ik 1 ding doen: De waarheid zoeken. Echt zoeken. Niet klakkeloos geloven. Niet vertrouwen op wat “normaal” is. Niet vertrouwen op de supermarkt, de dokter, de overheid, of de reclame. Zelf denken. Zelf onderzoeken. Zelf begrijpen.
En dat is wat ik heb gedaan. Ik heb jarenlang vanuit mijn bed geleerd. Niet weken. Niet maanden. JAREN. Ik heb meer dan 20.000 uur gelezen, gekeken, geluisterd, geanalyseerd: Ik wilde weten waarom lichamen instorten, waarom systemen vastlopen, waarom levens ontsporen. Ik sprak met artsen. Ik sprak met coaches. Ik sprak met mensen die kankerpatiënten omkeerden. Ik sprak met mensen die uit burn-outs kwamen. Ik sprak met wetenschappers. Ik sprak met mensen die genezen waren terwijl de wereld zei: “Het kan niet.”
En langzaam — heel langzaam — ging ik het zien. De reden dat wij massaal ziek worden is geen pech. Geen erfelijkheid. Geen “tja, ouder worden.” Het is een systeem. Een patroon. En niemand ziet het. Maar ik zag het. En ik zag nóg iets: Hoe we het kunnen omdraaien. Hoe we het kunnen stoppen. Hoe we ons lichaam weer kunnen laten genezen zoals het bedoeld is.
Ik veranderde niet één ding. Ik veranderde alles. Ik veranderde het systeem dat mijn lichaam al die jaren heeft uitgeput. Mijn lichaam werd weer van mij. Ik werd: 30 kilo lichter, mijn hartslag ging omlaag, mijn ontstekingen verdwenen, mijn depressie verdween, mijn angst verdween, mijn paniek verdween, mijn brain fog verdween, mijn energie kwam terug, mijn kracht kwam terug, mijn helderheid kwam terug. Ik werd rustig. Stil van binnen. Aanwezig. Vrij.
Er kwam een dag.
Niet een bijzondere dag.
Niet een dramatische
filmische dag.
Maar gewoon een ochtend.
Ik werd wakker en ik voelde:
Ik kan niet
nóg een dag zo verder.
Ik kan niet
nóg een dag ziek zijn.
Ik kan niet
nóg een dag overleven.
Mijn hoofd was chaos.
Mijn lichaam was oorlog.
Mijn ademhaling was paniek.
Mijn gedachten
gingen alleen
maar naar:
Kanker. Hartziekte. Beroerte. Dood.
Mijn brein was niet meer van mij.
Ik was gevangen in angst.
Ik was geen man meer.
Ik was een overblijfsel van wat ooit
een lichaam was dat vocht.
Ik werd hypochonder, paranoïde,
bang voor alles.
Ik kon geen seconde alleen zijn
met mezelf, want ik vertrouwde
mezelf niet meer.
Mijn zenuwstelsel stond in brand.
Tot op een dag — eigenlijk totaal toevallig — zette ik de tv aan.
En ik hoorde een professor zeggen:
“Depressie en burn-out
zijn geen mentale ziekten.
Ze zijn lichamelijke ziekten.
Het is niet je geest die je verraadt.
Het is je lichaam
dat schreeuwt
om hulp.”
En toen gebeurde het.
Het klikte.
Niet zachtjes.
Niet subtiel.
Maar als een bliksemslag
midden in mijn schedel.
Als dat waar is…
Dan ben ik niet kapot.
Dan ben ik niet zwak.
Dan ben ik niet mislukt.
Dan ben ik gewoon uitgeput.
En uitputting kan herstellen.
En als mijn lichaam ziek kan
worden door stress…
Dan kan het ook
genezen door rust.
Door voeding.
Door zuurstof.
Door beweging.
Door veiligheid.
Door liefde.
En ineens wist ik:
Ik kan mezelf genezen.
Ik kan mijn
leven terugpakken.
Ik kan mijn kinderen
veiligheid teruggeven.
Ik kan mijn vrouw terughalen
uit de rand van instorting.
Maar dan moet ik 1 ding doen:
De waarheid zoeken.
Echt zoeken.
Niet klakkeloos geloven.
Niet vertrouwen op wat “normaal” is.
Niet vertrouwen op de supermarkt, de dokter, de overheid, of de reclame.
Zelf denken.
Zelf onderzoeken.
Zelf begrijpen.
En dat is wat ik heb gedaan.
Ik heb jarenlang vanuit
mijn bed geleerd.
Niet weken.
Niet maanden.
JAREN.
Ik heb meer dan 20.000 uur gelezen, gekeken, geluisterd, geanalyseerd.
Ik wilde weten
waarom lichamen instorten,
waarom systemen vastlopen,
waarom levens ontsporen.
Ik sprak met artsen.
Ik sprak met coaches.
Ik sprak met mensen die kankerpatiënten omkeerden.
Ik sprak met mensen die uit
burn-outs kwamen.
Ik sprak met wetenschappers.
Ik sprak met mensen die genezen waren terwijl de wereld zei:
“Het kan niet.”
En langzaam — heel langzaam
— ging ik het zien.
De reden dat wij massaal ziek
worden is geen pech.
Geen erfelijkheid.
Geen “tja, ouder worden.”
Het is een systeem.
Een patroon.
En niemand ziet het.
Maar ik zag het.
En ik zag nóg iets:
Hoe we het kunnen omdraaien.
Hoe we het kunnen stoppen.
Hoe we ons lichaam weer kunnen
laten genezen zoals het bedoeld is.
Ik veranderde niet één ding.
Ik veranderde alles.
Ik veranderde het systeem dat mijn lichaam al die jaren heeft uitgeput.
Dat is waarom ik beter werd —
en waarom jij dat ook kunt.
Mijn lichaam werd
weer van mij.
Ik werd:
30 kilo lichter,
mijn hartslag ging omlaag,
mijn ontstekingen verdwenen,
mijn depressie verdween,
mijn angst verdween,
mijn paniek verdween,
mijn brain fog verdween,
mijn energie kwam terug,
mijn kracht kwam terug,
mijn helderheid kwam terug.
Ik werd rustig.
Stil van binnen.
Aanwezig.
Vrij.

Ik durf dit hardop te zeggen: Ik ben één van de gezondste mensen van Nederland. Niet door geluk. Niet door genetica. Maar door begrip. Ik weet: wat je wel moet doen, wat je vooral nooit moet doen, wat je lichaam kapot maakt, wat je lichaam heelt. En toen begreep ik het: Mijn hele leven heeft me naar hier gebracht. Niet om te overleven. Maar om te leren hoe te genezen. En nu… is het mijn beurt om anderen te redden.
Ik ben niet weer “opgestaan”. Ik ben gereïncarneerd terwijl ik nog leefde. Ik werd niet de gezonde versie van wie ik was. Nee. Ik werd iemand anders. Iemand die niet meer leeft vanuit angst. Niet meer vanuit vlucht. Niet meer vanuit overleven. Maar vanuit weten.
Want dit is de waarheid die niemand tegen je zegt: Ziekte is niet het moment waarop je omvalt. Ziekte is het resultaat van jaren waarin je jezelf vertelde dat je nog wel even kon. Het lichaam fluistert eerst. Pas wanneer je niet luistert, schreeuwt het. Ziekte is geen fout. Ziekte is het lichaam dat zegt: “Ik kan niet meer op deze manier leven.”
Mijn lichaam leefde 30 jaar in oorlog. Tuurlijk gaf het op. Het was nooit bedoeld om te blijven vechten zonder einde. Maar het leerde mij ook dit: Alles wat beschadigd raakt kan ook helen. Niet: pillen, pleisters, symptoombestrijding, diagnoses, wachtlijsten, protocollen. Je lichaam kan meer
herstellen dan je ooit verteld is. Maar alleen als je het terugbrengt naar de biologie waar het voor gemaakt is —en die biologie is bij bijna iedereen volledig ontspoord.
Ik ging van: chronisch ziek, suïcidaal, uitgeput, depressief, dissociërend, paniekaanvallen, huilbuien, hypochonder, letterlijk geen licht kunnen verdragen naar: aanwezig, stabiel, sterk, scherp, kalm, vrij. Niet een beetje beter. Maar volledig omgekeerd. Ik ging van: Ik ga dood. naar Ik ga niet dood.
Dat is waarom www.ganietdood.nl bestaat. Niet als cursusje. Niet als coaching. Niet als lifestyle hype. Maar als een beweging voor iedereen die voelt: “Als ik zo doorga, ga ik eraan — maar diep vanbinnen weet ik dat er méér is.” Voor iedereen die: moe is van moe zijn, angst heeft in zijn lichaam die niemand ziet, voelt dat de dokter alleen symptoompleisters plakt, altijd sterk is geweest terwijl niemand zag wat dat kostte, weet dat ziekte geen pech is maar een lichaam dat hulp nodig heeft.
Voor de mensen die willen leven. Niet overleven. Niet doorduwen. Niet het volhouden. Maar leven.
Ik durf dit hardop te zeggen:
Ik ben één van de gezondste
mensen van Nederland.
Niet door geluk.
Niet door genetica.
Maar door begrip.
Ik weet:
wat je wel moet doen,
wat je vooral nooit moet doen,
wat je lichaam kapot maakt,
wat je lichaam heelt.
En toen begreep ik het:
Mijn hele leven heeft me
naar hier gebracht.
Niet om te overleven.
Maar om te leren hoe te genezen.
En nu…
is het mijn beurt om
anderen te redden.
Ik ben niet weer “opgestaan”.
Ik ben gereïncarneerd
terwijl ik nog leefde.
Ik werd niet de
gezonde versie
van wie ik was.
Nee.
Ik werd iemand anders.
Iemand die niet meer
leeft vanuit angst.
Niet meer vanuit vlucht.
Niet meer vanuit overleven.
Maar vanuit weten.
Want dit is de waarheid die
niemand tegen je zegt:
Ziekte is niet het moment
waarop je omvalt.
Ziekte is het resultaat van jaren
waarin je jezelf vertelde dat je
nog wel even kon.
Het lichaam fluistert eerst.
Pas wanneer je niet luistert,
schreeuwt het.
Ziekte is geen fout.
Ziekte is het lichaam dat zegt:
“Ik kan niet meer op deze
manier leven.”
Mijn lichaam leefde 30 jaar
in oorlog. Tuurlijk gaf het op.
Het was nooit bedoeld om te
blijven vechten zonder einde.
Maar het leerde mij ook dit:
Alles wat beschadigd raakt
kan ook helen.
Niet:
pillen,
pleisters,
symptoombestrijding,
diagnoses,
wachtlijsten,
protocollen.
Je lichaam kan meer
herstellen dan je ooit verteld is.
Maar alleen als je het terugbrengt naar de biologie waar het voor gemaakt is —
en die biologie is bij bijna iedereen volledig ontspoord.
Ik ging van:
chronisch ziek,
suïcidaal,
uitgeput,
depressief,
dissociërend,
paniekaanvallen,
huilbuien,
hypochonder,
letterlijk geen licht kunnen verdragen
naar:
aanwezig,
stabiel,
sterk,
scherp,
kalm,
vrij.
Niet een beetje beter.
Maar volledig omgekeerd.
Ik ging van:
Ik ga dood naar
Ik ga niet dood.
Dat is waarom
bestaat.
Niet als cursusje.
Niet als coaching.
Niet als lifestyle hype.
Maar als een beweging voor
iedereen die voelt:
“Als ik zo doorga, ga ik eraan —
maar diep vanbinnen weet ik
dat er méér is.”
Voor iedereen die:
moe is van moe zijn,
angst heeft in zijn lichaam
die niemand ziet,
voelt dat de dokter alleen symptoompleisters plakt,
altijd sterk is geweest terwijl
niemand zag wat dat kostte,
weet dat ziekte geen pech is maar
een lichaam dat hulp nodig heeft.
Voor de mensen die:
Willen leven.
Niet overleven.
Niet doorduwen.
Niet het volhouden.
Maar leven.
Want dat je niet ziek bent
betekent niet dat je gezond bent.

Veel gestelde vragen
Hieronder vind je antwoord op de meest gestelde vragen over mijn methode.
bij een burn-out zeggen
mensen vaak:
‘mijn lichaam laat me in de steek.’
maar het is precies andersom:
jij liet je lichaam in de steek.
Burn-out is geen
mentaal probleem.
Het is een lichaam dat niet meer
kan terugschakelen.
Ze
Wanneer je de juiste biologische schakelaars omzet:
⬤ Je zenuwstelsel komt uit de overlevingsmodus
Je lichaam gaat van fight/flight
naar rest & repair.
Je spieren ontspannen.
Je ademhaling zakt.
Je hartslag stabiliseert.
Prikkels komen
niet meer zo hard binnen.
Mensen zeggen vaak:
“Het voelt alsof er voor het eerst in jaren rust in mijn lijf komt.”
⬤ Je stressreacties
stoppen bij de bron
Je cortisol normaliseert.
Je zenuwstelsel reageert niet meer explosief op kleine dingen.
Je hoofd wordt stiller
Je lichaam stopt met alarm slaan.
Je voelt weer grip —
niet mentaal, maar fysiologisch.
⬤ Je energieproductie herstart
Je mitochondriën
(je energiefabrieken) gaan weer aan.
Je cellen maken eindelijk weer brandstof in plaats van rook.
Je herstelt sneller van de dag.
De “middagdip” verdwijnt.
Je krijgt energie terug die niet afhankelijk is van wilskracht.
⬤ Ontstekingen dalen
en je systeem stabiliseert
De biologische basis
van burn-out — zakt.
Spanning vermindert.
Je lichaam voelt
minder zwaar.
Je slaapt dieper.
Je herstelt beter.
Dit is het moment
waarop mensen zeggen:
“Ik voel mezelf terugkomen.”
En dat is waarom burn-out
wél omkeerbaar is
Niet door
harder te proberen.
Niet door
positief te denken.
Niet door te praten.
Maar door je lichaam opnieuw te laten functioneren zoals het bedoeld is.
Dit is geen mindset.
Geen motivatie.
Geen wilskracht.
Het is biologie.
👉 De meeste mensen voelen
verschil in 2–4 weken.
👉 Binnen 8 weken komt je
lichaam uit de burn-out-stand.
Een burn-out is geen vermoeidheid, maar een volledige uitputting van het zenuwstelsel. Het ontstaat wanneer je lichaam langer onder stress staat dan het aankan. Het brein schakelt over op overleven, hormonen raken ontregeld en systemen die je normaal op de been houden vallen weg.
Je kunt niet meer herstellen met slapen, vrije tijd of “even rust nemen”.
Een burn-out is het punt waarop je lichaam de noodrem indrukt omdat jij dat te lang niet hebt gedaan. Het is geen zwakte, maar een signaal dat je al veel te lang te veel hebt gedragen — fysiek, mentaal of emotioneel.
Een burn-out herken je niet aan één signaal, maar aan een combinatie van lichamelijke, mentale en emotionele uitval. Je lichaam werkt niet meer zoals het hoort, en herstel lukt niet, hoe hard je ook probeert.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
Constante uitputting – een vermoeidheid die niet weggaat, zelfs niet na slaap.
Concentratieproblemen – simpele taken voelen zwaar, je maakt fouten die je normaal nooit maakt.
Geheugenklachten – woorden kwijt zijn, afspraken vergeten, “mist in je hoofd.”
Slaapproblemen – niet kunnen inslapen door spanning, of ’s nachts wakker schrikken.
Overprikkeling – geluid, licht, mensen en gesprekken komen te hard binnen.
Emotionele instabiliteit – snel huilen, snel boos, nergens tegen kunnen.
Fysieke klachten – druk op de borst, hartkloppingen, hoofdpijn, maagklachten, trillen, pijn in spieren en gewrichten.
Gevoel van afstand of leegte – je voelt je los van jezelf of van anderen.
Geen stressbuffer meer – zelfs kleine dingen voelen te groot.
Het belangrijkste kenmerk:
Je kunt niet meer herstellen.
Zelfs bij rust blijft je lichaam “aan” staan, omdat je zenuwstelsel uitgeput is.
Een burn-out ontstaat nooit door één gebeurtenis. Het is een opeenstapeling van stress, druk en uitputting, vaak over maanden of jaren. Het lichaam blijft te lang “aan” staan en raakt uiteindelijk uitgeput.
Veelvoorkomende oorzaken zijn:
Langdurige stress – werkdruk, deadlines, verantwoordelijkheden die blijven opstapelen.
Te hoge verwachtingen van jezelf – perfectionisme, nooit falen, altijd sterk willen zijn.
Weinig herstel – slecht slapen, geen pauzes, altijd “aan” staan.
Emotionele belasting – zorgen, conflict, verlies of het constant dragen van anderen.
Gebrek aan grenzen – moeilijk nee zeggen, alles willen oplossen, iedereen tevreden houden.
Ongezonde leefstijl – slechte voeding, weinig beweging, overmatig cafeïne of alcohol.
Onveilig of onvoorspelbaar werkklimaat – spanning, onzekerheid, weinig steun.
Chronische overprikkeling – een dag vol geluid, meldingen, schermen, prikkels zonder rust.
Wat al deze oorzaken gemeen hebben:
het lichaam krijgt meer te verwerken dan het kan repareren.
Een burn-out is dus geen mentale zwakte, maar een fysiologische uitputting.
Herstel van een burn-out begint niet met “even rust nemen”. Ik weet hoe het voelt als je lichaam niet meer terugschakelt — als slapen niet helpt, als je hoofd blijft racen en je zenuwstelsel continu op alarm staat.
Om écht te herstellen moet je patronen doorbreken die je jarenlang hebben uitgeput: fysiek, mentaal en emotioneel. Dat vraagt om meer dan alleen praten of wachten tot het beter wordt. Je lichaam moet opnieuw leren herstellen.
Daarom begeleid ik mensen bij ganietdood.nl met een praktische, wetenschappelijke aanpak die je lichaam in 8 weken stap voor stap terugbrengt in rust, energie en veerkracht. Geen zweverig gedoe, maar simpele, directe stappen die werken.
In acht weken zie je je helderheid, slaap, energie en draagkracht terugkomen — omdat je eindelijk herstelt op het niveau waar de burn-out is ontstaan: je zenuwstelsel.
Een burn-out voorkom je niet door minder te werken, maar door beter te herstellen. Je lichaam kan veel aan, zolang er balans is tussen inspanning en herstel. Een burn-out ontstaat juist wanneer dat herstel structureel ontbreekt.
Voorkomen begint met kleine, maar scherpe keuzes:
Luisteren naar de eerste signalen: slechter slapen, kort lontje, concentratieproblemen, steeds meer koffie nodig.
Grenzen stellen: niet overal ja op zeggen, minder pleasen, je eigen tempo respecteren.
Rustmomenten inbouwen: echte pauzes zonder schermen, prikkels of druk.
Gezonde leefstijl: voeding die je energie geeft, bewegen, minder alcohol en betere slaap.
Stress verlagen aan de bron: patronen doorbreken die je uitputten, niet alleen de symptomen bestrijden.
Op tijd bijsturen: wachten tot je instort maakt herstel alleen maar langer.
Ik leer mensen precies hoe ze dit in hun dagelijks leven toepassen, zodat ze niet pas ingrijpen als het misgaat — maar op tijd herstellen, opladen en sterker blijven.
De burn-out scan die ik heb ontwikkeld meet geen “stressniveau”, maar hoe jouw lichaam, brein en zenuwstelsel er écht aan toe zijn. Je vult 29 vragen in verdeeld over vijf domeinen: fysieke signalen, mentale belasting, emoties, grenzen, herstel en innerlijke druk.
De scan kijkt niet naar hoe druk je het hebt, maar naar wat jouw systeem nú laat zien — of je richting herstel beweegt, of richting uitputting en burn-out.
Na het invullen berekent het systeem binnen een paar seconden jouw score en valt iedereen in één van drie fases:
🟢 FASE 1 — Je lichaam fluistert
Je zit vroeg in het proces. Je lichaam draait al te lang op reserves, maar je kunt dit nog volledig omkeren als je nú bijstuurt. De scan laat precies zien waar je winst zit en wat je vandaag al kunt veranderen.
🟡 FASE 2 — Je lichaam praat met je
Je zit richting serieuze uitputting. Je verliest structureel meer energie dan je herstelt. Als je zo doorgaat, is het geen vraag óf je lijf je stopt, maar wannéér. Maar ook dit is nog omkeerbaar — met de juiste stappen op het juiste moment.
🔴 FASE 3 — Je lichaam schreeuwt om herstel
Je systeem staat al langer in overlevingsstand. Je batterij vult niet meer aan en je zenuwstelsel raakt snel overbelast. Dit is de fase net vóór of ín een burn-out.
Maar ook hier geldt: herstel is mogelijk — mits je nú ingrijpt. De scan laat je precies zien wat jouw lichaam op dit moment het hardst nodig heeft.
De scan zegt je geen “hoe druk” je bent, maar wél “hoe dicht je bij de grens zit.”
En vooral: hoe je dit kunt keren, voordat je lichaam die keuze voor je maakt.
Nee. Er is geen wachtlijst.
Je kunt direct instromen en meteen beginnen met de eerste stappen van het programma. Geen maanden wachten, geen verwijzingen, geen vertraging — zodra jij klaar bent om te herstellen, kun je starten.
Ja. Je hebt geen verwijzing van de huisarts nodig om een intake bij mij te doen.
Burn-out, uitputting of stressklachten vragen niet om extra drempels, maar om snelle duidelijkheid en een directe route naar herstel.
Je kunt dus zelf een intake aanvragen, op jouw moment, zonder wachttijden en zonder eerst langs de huisarts te moeten.
Ja. Burn-out is geen mentaal probleem, maar een lichamelijk systeem dat ontregeld is geraakt.
Je zenuwstelsel, hormonen, energieproductie en herstelmechanismen lopen vast — dat is bij bijna iedereen hetzelfde.
Mijn methode werkt omdat het deze lagen tegelijk herstelt, precies zoals ik zelf heb moeten ontdekken toen niets anders hielp.
Of je nu net bent uitgevallen of al jaren vastzit:
de biologie achter burn-out werkt bij iedereen volgens dezelfde principes.
Voor iedereen die:
vastzit in burn-out of overprikkeling
al hulp kreeg maar niet herstelt
bang is dat het lichaam “niet meer terugkomt”
voelt dat doorgaan geen optie meer is
En voor wie nog net staat, maar diep vanbinnen weet: Als ik zo doorga, gaat het mis.
Met de juiste aanpak voorkom je:
langdurige uitval
relatie- en werkproblemen
medicatie-afhankelijkheid
depressie
chronische klachten
terugval (50% in traditionele trajecten)
Herstel is geen raadsel — het is biologie.
Ik heb mijn gezondheid, mijn gezin en mijn leven teruggekregen. Niet door geluk —maar door te begrijpen hoe het lichaam werkt. Wat ik zelf nooit kreeg, heb ik gebouwd en dat geef ik nu door aan wie het nodig heeft.
Veel mensen merken binnen een paar dagen al verandering.
Binnen enkele weken komt je lichaam uit de burn-out-stand:
je zenuwstelsel kalmeert
je energie stijgt
je herstel verdiept
je stressreactie stopt
je voelt weer grip
Iedereen herstelt in zijn eigen tempo,
maar 8 weken is gemiddeld genoeg om het biologische proces om te keren dat burn-out veroorzaakt.
Je kunt direct beginnen.
Zodra je je aanmeldt, krijg je meteen toegang tot mijn volledige dagschema en kan je meteen de eerste stappen maken die je helpen je lichaam uit de stressstand te halen. Geen wachtlijsten, geen vertraging — je kunt vandaag al starten met herstel.
Een praktisch en nuchter dagschema dat je stap voor stap uit de stressstand haalt. Je leert precies wat je lichaam nodig heeft om weer te herstellen: betere slaap, meer energie, minder prikkels, helderder denken en een zenuwstelsel dat eindelijk tot rust komt.
Geen zweverig gedoe, geen theorie waar je niets mee kunt — alleen eenvoudige, bewezen stappen die direct resultaat geven in je dagelijks leven.
Dokters behandelen ziekten.
Psychologen behandelen gedachten en emoties.
Maar burn-out is geen ziekte en ook geen mentale stoornis.
Het is een lichaam dat niet meer terugschakelt.
Tijdens mijn eigen jarenlange burn-out zag ik hoe vaak dit wordt gemist.
Daarom richt deze methode zich op wat meestal niet wordt behandeld:
👉 je zenuwstelsel
👉 je energieproductie
👉 je herstelcapaciteit
Het vervangt geen zorg — het vult precies dat aan wat in de zorg ontbreekt.
Omdat dit géén praattraject, mindsetprogramma of theoretische cursus is.
Het is een systeemherstel, gebaseerd op wat ik zelf had moeten doen om überhaupt te overleven.
Mijn methode:
reset je zenuwstelsel
herstelt je energie
vermindert ontsteking
brengt hormonen tot rust
stopt overprikkeling bij de bron
Therapie kan waardevol zijn, maar het verandert je biologie niet.
Dát is wat dit programma wél doet — en waarom mensen herstellen die al jaren vastzaten.
Op:
• 5 jaar burn-out
• 20.000 uur onderzoek
• duizenden euro’s aan testen
• en een bijna-doodervaring
Ik moest begrijpen hoe het lichaam écht werkt, omdat niemand mij kon helpen en de zorg tekortschiet bij burn-out.
Niet uit boeken.
Niet uit theorie.
Maar uit noodzaak.
Dat maakt deze methode uniek — het is gebouwd op doorleefde ervaring én diepgaand onderzoek.
Ja.
Alles in dit programma is ontworpen voor mensen die op hun laagste punt zitten.
Geen overbelasting.
Geen zware opdrachten.
Geen emotionele confrontaties.
Alle stappen die je zet, zijn biologisch onderbouwd én in lijn met wat ik zelf jarenlang heb getest.
Juist dan.
Toen ik zelf ziek was, kon ik nauwelijks iets doen.
Daarom is dit programma gebouwd voor mensen die:
geen concentratie hebben
geen motivatie voelen
nauwelijks iets kunnen
Je hoeft niet sterk te zijn.
Je hoeft alleen kleine stappen te zetten.
Het systeem doet de rest.
De persoonlijke situatie verschilt, maar de biologische reactie op burn-out is verrassend gelijk:
te veel stresshormonen
te weinig energie
lichte ontstekingen
slecht herstel
ontregelde stressreactie
Dit is precies wat ik in mijn onderzoek steeds opnieuw zag.
Daarom werkt een systeem-aanpak zo goed — het volgt de natuurwetten van het lichaam.
Je voorkomt dat je verder afglijdt richting:
langdurige uitval
het verlies van werk
het verlies van relaties
medicatie-afhankelijkheid
depressie
chronische klachten
Ik ben zelf alles verloren.
Ik weet precies waar dit naartoe kan gaan als je te laat ingrijpt.
In traditionele trajecten valt ongeveer 50% binnen 2 jaar terug.
Niet omdat mensen zwak zijn, maar omdat hun lichaam nooit echt is hersteld.
Als je de systemen herstelt die burn-out veroorzaken,
wordt terugval uitzonderlijk zeldzaam.
Ja.
Het botst niet met psychologen, dokters of coaches.
Het richt zich op een ander niveau — je biologie.
Veel mensen combineren het zonder problemen.
Ja, je kunt in 3 termijnen of achteraf betalen.
Nee.
En dat is precies waarom deze methode bestaat.
Ik spreek niet vanuit theorie, maar vanuit overleven.
Ik ben 5 jaar lang door alle lagen van burn-out gegaan en vond de oplossingen die ik nergens kon krijgen.
Dat maakt dit geen "advies", maar een doorleefde en geteste aanpak.
Niets is verplicht.
Je kunt:
alleen meelezen
vragen stellen wanneer dat nodig is
de stappen volgen op jouw tempo
De community is er om je te ontlasten, niet te belasten.
Ja.
Herstel volgt geen rechte lijn.
Het programma werkt zelfs als je:
moet pauzeren
dagen hebt waarop je niets kunt
langzaam vooruitgaat
Dit is geen prestatieprogramma — het is herstel.
Dat is precies wat een uitgeput zenuwstelsel doet.
Je hoeft geen motivatie te voelen om te kunnen herstellen.
Je lichaam reageert op de juiste stappen, zelfs als je zelf geen kracht ervaart.
Heel veel mensen voelen dit.
Maar burn-out is geen falen — het is een beschermingsmechanisme van het lichaam.
In de community ben je omringd door mensen die het echt begrijpen.
Je hoeft niets uit te leggen.
Meestal binnen enkele dagen.
Je hoeft niets voor te bereiden — het proces begint zodra jij begint.
Nee.
Maar veel mensen besparen hiermee uiteindelijk:
jaren van therapie
medicatie
uitval
terugval
inkomensverlies
Het is een investering in herstel, geen kostenpost.
Ja — juist dan.
Ik zat zelf 5 jaar vast in een diepe burn-out.
Mijn zenuwstelsel, hormonen en energieproductie lagen volledig plat.
Een bijna-doodervaring dwong mij te begrijpen hoe het lichaam écht werkt.
Ik ontdekte dat:
➡️ Burn-out geen mentaal probleem is.
➡️ Het is een uitgevallen systeem.
➡️ En systemen kun je opnieuw opbouwen.
Dit is waarom mijn methode werkt voor mensen die denken dat ze "te ver weg" zijn,
"de uitzondering" zijn,
of dat herstel voor hen niet meer mogelijk is.
Als je lichaam ooit heeft gewerkt, kan het opnieuw leren werken —
met de juiste voorwaarden.
Dit is geen cursus waar je tijd voor moet maken.
Het is een manier van leven die je verweeft in wat je toch al doet.
Toen ik zelf ziek was, kon ik bijna niets.
Daarom werkt dit programma met kleine switches die je lichaam direct helpen.
Het gaat niet om tijd, maar om de juiste schakelaars omzetten.
Nee.
Dit is geen medische behandeling en botst met niets.
Het vult juist aan wat in de zorg vaak ontbreekt:
➡️ herstel van je zenuwstelsel
➡️ je energie
➡️ je herstelcapaciteit
Veel mensen volgen dit naast hun bestaande traject.
Je hebt geen discipline nodig.
Toen ik zelf op mijn diepst zat, was discipline onmogelijk.
Gelukkig werkt herstel niet op wilskracht, maar op biologie.
Als je lichaam kalmeert, komen draagkracht en motivatie vanzelf terug.
Kleine stappen zijn genoeg — het systeem doet de rest.
Nee.
Dit is jouw persoonlijke proces.
Je hoeft niets te delen tenzij jij dat wilt.
Dat is heel normaal.
Therapie richt zich op gedachten en gedrag, terwijl burn-out ontstaat in je biologie.
Dit programma pakt de laag aan die ik zelf miste in therapie:
je zenuwstelsel
je energieproductie
je hormonen
je herstelmechanismen
Zonder die laag verandert er weinig.
Daarom werkt het juist voor mensen die al lang vastlopen.
Ja.
Dit programma is juist ook bedoeld voor mensen die nu al voelen dat het niet goed gaat, maar nog niet zijn uitgevallen of geen diagnose hebben.
Als je jezelf hierin herkent:
je herstelt niet meer goed van stress
je slaapt onrustig of wordt niet uitgerust wakker
je bent snel overprikkeld
je merkt dat je korter lontje hebt
je energie is onverklaarbaar laag
je lichaam geeft vage signalen die je niet kunt plaatsen
…dan is dit precies het moment om in te grijpen.
Je hoeft niet te wachten tot je lichaam de noodrem trekt.
Mijn methode is niet alleen gemaakt om je uit een burn-out te halen,
maar ook om te voorkomen dat je daar überhaupt in terechtkomt.
De test is gemaakt om je te laten zien waar je lichaam nu staat,
nog vóórdat er een diagnose op wordt geplakt.
Ik heb deze test ontwikkeld na:
5 jaar eigen burn-out
20.000 uur onderzoek
én jarenlang het bestuderen van patronen bij mensen met chronische stress en uitputting
De test brengt in kaart:
hoe jouw zenuwstelsel reageert
hoe je herstelt (of niet)
hoe je energie wordt verdeeld
hoeveel overprikkeling je systeem draagt
welke signalen wijzen op overbelasting
Het is geen medische test,
maar een biologisch onderbouwde scan van hoe ver jouw systeem al uit balans is.
Je ziet na het invullen:
waar je nu staat
welke processen al onder druk staan
en waarom dit het beste moment is om te keren, in plaats van te wachten op een diagnose.
De test is dus niet “een leuk quizje”,
maar de ingang naar een helder beeld van je lichaam —
zodat je op tijd kunt kiezen voor herstel.
Ja.
Dit programma is niet alleen voor mensen die al zijn omgevallen, maar juist voor iedereen die wil voorkomen dat ze dezelfde weg opgaan.
Veel van de signalen van een naderende burn-out zijn subtiel:
je energie is minder stabiel dan vroeger
je hebt vaker spanning in je borst of buik
je slaapt “oké” maar toch word je moe wakker
je hebt minder plezier of motivatie
je voelt je prikkelbaar of sneller vol
je herstelt minder goed van drukke dagen
Deze vroege signalen worden vaak genegeerd,
maar het zijn precies de eerste schakels die ik jarenlang over het hoofd zag
— tot mijn lichaam volledig instortte.
Mijn methode is ontworpen om je lichaam weer terug te brengen naar:
diepe rust
stabiele energie
minder prikkels
minder ontsteking
sterker herstel
Het werkt dus niet alleen herstellend,
maar ook preventief voor iedereen die voorbereid wil zijn in plaats van verrast.
Je hoeft niet te wachten tot het misgaat — dat heb ík gedaan, en dat gun ik niemand
Ja, in veel gevallen wel.
Werkgevers vergoeden dit
soort trajecten regelmatig, omdat het voor hen een kleine investering is in vergelijking met:
langdurig ziekteverzuim
productiviteitsverlies
dure re-integratietrajecten
externe aanbieders die duizenden euro’s kosten
Bovendien werkt de traditionele aanpak vaak niet structureel, waardoor mensen terugvallen —
iets wat werkgevers óók willen voorkomen.
Dit programma is juist ontwikkeld om je lichaam écht te laten herstellen, zodat je duurzaam beter wordt.
Dat bespaart jouw werkgever veel meer kosten dan het verstrekt.
Nee. En dat is juist mijn kracht. Artsen en specialisten zien je pas als het al mis is. Als je lijf schreeuwt om hulp, als je de diagnose al op zak hebt. Dan gaat het over pillen, operaties en brandjes blussen.
Ik ben geen arts, ik ben iemand die:
Zelf door de hel is gegaan van burn-out en aftakeling.
Tienduizenden pagina’s wetenschappelijk onderzoek, boeken en rapporten heeft uitgeplozen.
Alles zelf getest en toegepast heeft, zodat jij niet hoeft te verdwalen in tegenstrijdige adviezen.
En eerlijk? Ik verbaas me vaak hoe weinig preventie er in de spreekkamer besproken wordt. Hoe vaak mensen naar huis gestuurd worden met een pil, in plaats van een oplossing.
👉 Als jij blijft leven zoals je nu doet, zie je vanzelf die dokter of specialist.
👉 Als jij het heft in eigen handen neemt, heb je die misschien nooit nodig.

100% niet-goed-geld-terug garantie
Je bent niet stuk. Je bent uitgeput.
En dat kun je omkeren.
Je hebt maar één leven. Wacht — en betaal de prijs.